De website van Marathon Noord gebruikt cookies (en andere technieken) en verzamelt daarmee informatie over het gebruik van de website onder andere om deze te analyseren en te verbeteren en om er voor te zorgen dat je voor jou relevante informatie te zien krijgt. Door gebruik te maken van deze website of door hieronder op akkoord te drukken, geef je aan akkoord te zijn met het gebruik van cookies en het verzamelen van informatie aan de hand daarvan door ons en door derden op de website van Marathon Noord.

Stichting Marathon Noord

Weblog Cees Selhorst 19-02-2016

Geplaatst: 19-2-2016

Verdere kennismaking, nu met mijn duivenhobby op bescheiden schaal

Ook uw voorzitter heeft en speelt uiteraard met de duiven, weliswaar op bescheiden schaal, maar zeker niet minder fanatiek als een ander. Omdat ik net als vele andere liefhebbers van de grote fond klein behuisd ben wat betreft mijn mogelijkheden met de duiven, ik heb slechts een hok van 5,50 m’ bij een diepte van 2,00 m’, plan ik onze hobby op een geheel andere manier dan de liefhebbers die meer ruimte hebben dan ik.

Ik kweek altijd pas jongen als de meeste liefhebbers al aan het africhten zijn voor de jonge duivenvluchten. Mijn jongen trainen pas in  juli/augustus volop als de vluchten met de ouden al nagenoeg achter de rug zijn. Met enige moeite zou ik ze op de natour nog kunnen africhten, maar als bij de ouden de vlieglust aan het afnemen is vanwege de rui, komen bij mij de jongen meestal pas na bijna een uur boven water om rond het hok hun training te beëindigen. U leest het goed, mijn jongen zitten in hetzelfde hok als de zomerjongen van een jaar eerder. De ouden (8 en 6 koppels) zitten verdeeld over 2 afdelingen en daarmee zijn alle afdelingen (3 stuks) het jaar rond gevuld. Zo nu en dan wordt er tijdens het vliegseizoen wel een enkele jaarling bij de ouden ingelast vanwege het achterblijven of uitselecteren van één van de ouden, soms om een nieuwe koppeling of neststand tot stand te brengen, maar dat is het dan wel.

Uiteraard worden de onbevlogen jaarlingen voor ze met de afdeling op reis gaan eerst veelvuldig (tot wel 10 keer) opgeleerd van Delft (20 km.) tot aan Breda (minimaal 3 keer) voor mij bijna 80 km. Nadien gaan ze allemaal als invliegduif zoveel als mogelijk mee op de oude duivenlijn met nog een overnachtvlucht vanuit Cahors als afsluiting. De duiven die uiteindelijk mogen overwinteren worden in het najaar overgeheveld naar de hokken van de ouden en zo ontstaat dan weer de mogelijkheid om nog een beperkt aantal zomerjongen te kweken. Het voordeel van zomerjongen is dat deze vaak veel sneller in de lucht staan en dan als gangmaker gaan dienen voor de jongen die ik in april en mei kweekte van mijn 3 kweekkoppels. Die jongen worden zwaarder gevoerd vanwege het zware programma van de jaarlingen hetgeen de reden is dat ik mijn “vroege jongen” maar moeilijk aan het trainen krijg.

Op de foto’s mijn hok en kweekbakken waarin ik van mijn kweekduiven (vasthouders) elk jaar een drietal ronden tracht te kweken. Van een hok van 30 m’ in het verleden naar hok van 5.50 m’ in het heden is voor mij een verademing gebleken. Nu ik ook lid ben van de club Altijd Onder Weg (AOW) en in principe tijd in overvloed heb, kan ik nog steeds niet begrijpen dat ik in mijn werkzame leven als ondernemer zoveel tijd aan mijn vele duiven heb kunnen besteden. Door bewust met mijn beperking van het aantal duiven om te gaan, niet meer dan 5 duiven op een overnachtvlucht, heb ik op het einde van het seizoen voor de laatste vlucht wel 25 duiven om in te korven en dat is net zoveel als eerder toen ik 30 m’ hok had. Op welke manier ik ze dit jaar wil gaan spelen vertel ik een volgende keer.
 
Cees Selhorst

 

<<< Terug

Sponsors

Agenda


zaterdag 2 maart 2019
Voorjaarsbeurs 2019 Houten
Lees meer >
zondag 3 maart 2019
Voorjaarsbeurs 2019 Houten
Lees meer >